Kies uw schermresolutie: Auto adjust 800x600 1024x768

Windows 10

Tips & Trucs

Windows 8

Tips & Trucs

Windows 7

Tips & Trucs

Windows Vista

Tips & Trucs

Windows XP

Tips & Trucs

Windows 2016 Server

Tips & Trucs

Windows 2012 Server

Tips & Trucs

Windows 2011 Server

Tips & Trucs

Windows 2008 Server

Tips & Trucs

Windows 2003 Server

Tips & Trucs

VMware

Tips & Trucs
Wi-Fi Afdrukken E-mail

Wi-Fi

Wi-Fi staat voor Wireless Fidelity en is een certificatielabel ('logo') voor draadloze datanetwerkproducten, die werken volgens de internationale standaard IEEE 802.11 (draadloos Ethernet). Producten die volgens deze standaard werken maken gebruik van radiofrequenties in de 2,4 GHz- en/of 5,0 GHz-band die onder voorwaarden zonder licentie gebruikt mogen worden. De eisen voor dit logo worden vastgelegd door de Wi-Fi Alliance.

Een product komt in aanmerking voor het Wi-Fi-logo als door een onafhankelijk certificatiebureau is aangetoond dat aan bepaalde functionaliteits-, prestatie- en interoperabiliteitseisen is voldaan. Met name het laatste is van belang voor de consument, omdat dit garandeert dat producten met het Wi-Fi-logo samenwerken met producten van andere fabrikanten.

De naam Wi-Fi (ook geschreven als wifi) bevat een duidelijke knipoog naar de uit de audiowereld bekende term Hi-Fi, hetgeen staat voor High Fidelity.

In de dagelijkse praktijk wordt Wi-Fi meer en meer gebruikt als synoniem voor 'draadloos thuisnetwerk'.

 

Topologieën
Wi-Fi definieert twee verschillende topologieën: Ad-Hoc en Infrastructuur. In Ad-Hoc mode communiceert een 802.11-client direct met een andere client. De maximale afstand tussen deze stations is daarmee automatisch begrensd tot het bereik van de beide zenders/ontvangers (afhankelijk van vele factoren, echter meestal maximaal zo'n 30 meter). In infrastructuurmodus wordt gewerkt met basisstations, in 802.11-termen access points genoemd. De basisstations zijn onderling verbonden door een ethernet-infrastructuur. Mobiele stations kunnen overschakelen van het ene naar het andere access point ('roamen'), zonder de verbinding met het netwerk te verliezen (vergelijk GSM).

Veel publiek toegankelijke locaties zoals vliegvelden, hotels en bibliotheken installeren basisstations waardoor de mobiele computergebruiker op deze locaties over internettoegang beschikt en gebruik kan maken van informatiediensten van de betreffende organisatie. Dergelijke (semi-) openbare basisstations worden ook wel inbelpunt of hotspot genoemd. Er zijn zowel gratis inbelpunten, als inbelpunten waarvoor een abonnement of een toegangskaartje tegen betaling nodig is. Kleine ondernemers kunnen met een geringe investering lokaal een Wi-Fi-netwerk opzetten.

De bandbreedte en het bereik van Wi-Fi zijn groter dan die van Bluetooth. Om deze redenen is Wi-Fi een van de belangrijkste toegangsmethoden voor een alom aanwezig draadloos internet. Een keerzijde van Wi-Fi, met name vergeleken met Bluetooth, is het relatief hoge energieverbruik. Dit is bij kleine apparaten met een beperkte batterijcapaciteit, zoals PDA's, een probleem.

 

Versleuteling
Belangrijk aandachtspunt bij Wi-Fi-netwerken is de beveiliging van de door de ether gezonden informatie. Vanwege de lastige exportregelgeving in de V.S., die het uitvoeren van producten met goede versleuteling aan banden legde, standaardiseerde de Wi-Fi-alliantie aanvankelijk een zwakke vorm van versleuteling, die WEP, Wired Equivalent Privacy, werd genoemd. In de praktijk bleek deze vorm van versleuteling gemakkelijk te kraken. Het lang uitblijven van een nieuwe versleutelingsstandaard binnen Wi-Fi leverde de Wi-Fi-alliantie en fabrikanten veel kritiek op. Uiteindelijk lijkt dit probleem nu afdoende opgelost met de WPA-standaard in juni 2004 gestandaardiseerd als IEEE 802.11i. Ondanks dat er inmiddels een nieuwe WPA2-standaard is zijn er nog veel apparaten in gebruik die alleen WEP ondersteunen.

 

Er zijn verschillende typen Wi-Fi:

IEEE 802.11b werkt in de 2,4 GHz-band en de bandbreedte is 11 Mbps.
IEEE 802.11a werkt in de 5 GHz-band en de bandbreedte kan oplopen tot 54 Mbps.
IEEE 802.11g is de opvolger van 802.11b en werkt in de 2,4 GHz-band, de bandbreedte is 54 Mbps. De producten die gebruikmaken van 802.11g zijn achterwaarts compatibel met 802.11b en kunnen dus met beide standaarden overweg.
IEEE 802.11n werkt in de 2,4 en de 5 GHz-band. De 802.11n standaard is nog niet af. In 2006 is een kladversie gepubliceerd en de verwachting was dat begin 2007 de standaard definitief zou zijn. Echter, door het grote aantal commentaren die zijn ingediend op de kladstandaard, zal de definitieve versie waarschijnlijk niet klaar zijn voor 2008. De bandbreedte is minimaal 100 Mbps, maar er zijn ontwerpen voor snelheden van 540 Mbps, Ofwel 10 keer sneller dan 802.11g. Er zijn tegenwoordig al bepaalde types: RangeMAX, Mimo, enz. De firma Linksys, onderdeel van Cisco Systems heeft de eerste netwerkapparatuur die de kladstandaard ondersteunt in mei 2006 op de markt gebracht (onder de naam IEEE 802.11 draft).